Fietsen is Vrijheid

 

 

 

 

  San Anton

Santiago de Compostela – Woerden 2011

Nadat ik 4 keer langs verschillende routes naar S.d.C ben gefietst, wilde ik ook wel eens terug fietsen, met name via Oost Frankrijk. Dat zo'n tocht de nodige voorbereiding kost is duidelijk, niet alleen de conditie maar ook je materiaal moet tip top in orde zijn.

10 dagen voor mijn vertrek op zaterdag 23 juli, haalde transportbedrijf Soetens mijn fiets en de bagage thuis op. De fiets is dan ook verzekerd tegen schade of verlies. Aan vliegmaatschappij Vueling, waar ik zelf mee vlieg naar La Coruna, vertrouwde ik mijn fiets niet toe. Een taxi brengt me naar S.d.C.

Mijn fiets staat keurig in de garage van het hotel, waar ik 3 nachten heb geboekt.

De dag voor de tocht maak ik een proefrit met bagage om te kijken of alles lekker loopt. Dan is dinsdagochtend de start van mijn fietsreis.

Natuurlijk heb ik een Jacobsschelp om 'n nek en een paar aan mijn fiets tassen hangen. Ben ik nauwelijks de stad uit of mensen roepen al dat ik verkeerd rij, ja maar ik ga terug naar Holland roep ik nog. Dit zal, met name in Spanje nog vaak gebeuren.

Automobilisten stoppen een paar keer en stappen uit om me te waarschuwen dat ik de verkeerde kant uit fietst.

Galicië is een middelgebergte met gemene klimmetjes, 12 % is geen uitzondering.

Als je in Noord Spanje naar het oosten fietst zijn de hellingen steiler, ook de wind komt meestal uit het oosten. Ik probeer altijd zo vroeg mogelijk 's ochtends weg te rijden, als het kan al om half acht. Voor de ergste hitte heb ik dan al een flink aantal kilometers gemaakt. Om ongeveer 10 uur eet ik mijn 2e ontbijt. Elke dag eet ik 4 tot 5 keer, waarvan 1 of 2 maal uitgebreid. Fietsen is eten zeg ik vaak. Regelmatig drinken is ook belangrijk, ruim zes liter per dag is geen uitzondering.

Veel Nederlandse pelgrims herkennen mij van de informatie avonden van het St. Jacobs genootschap en de Fietsvakantiewinkel. Zij gaan heerlijk met de wind in de rug. Ik moet vaak bikkelen tegen windkracht 6 en meestal steilere hellingen.

 

St.Juan  de Ortega

In Juan de Ortega kom ik terecht, na 150 kilometer fietsen die dag. Een paar huizen en een grote kerk is alles wat het dorp is. 's Avonds zijn er meer pelgrims dan inwoners volgens mij. Pelgrim Fernando van de Canarische eilanden is vandaag 50 jaar geworden. Samen met 15 pelgrims vieren we dat, met een cadeautje en heerlijke Spaanse wijn. Pelgrims uit Spanje, Catalonië, Italië, USA, Korea en Nederland zingen hem ieder in zijn eigen taal, toe. Het was een leuk feestje, maar om half elf zoekt toch iedereen zijn bed op. Morgen moet er weer gelopen en gefietst worden.

De volgende dag rij ik bijna 2 uur lang door de prachtige ruige natuur, zonder een mens of een auto te zien. In Belorado willen ze me weer terugsturen, omdat ze denken dat ik verkeerd rij.

De laatste vijf dagen in Spanje heb ik sterke wind tegen bij een temperatuur in de middag van 37 graden.

 

Een paar dagen rij ik met natte doeken voor m'n gezicht, ondanks dat krijg ik kloven in m'n lippen. Aanvankelijk wil ik via Jaca fietsen, maar door de tegenwind buig ik 100 kilometer eerder naar het noorden af en ga door de Lumbierkloof. De twee passen die ik over moet, vallen mee. Zo zit ik de negende dag al in Frankrijk na 930 kilometer.

Hier rij ik weer naar het oosten over een stuk van de Kantarenroute, gelukkig met minder tegenwind. Flinke hellingen moet ik wel overwinnen, hier zit ik ook op een stuk van de bekende 100 cols tocht, maar wat een mooi natuurschoon.

Op de weg staan veel bekende namen van renners, van de Tour de France gekalkt.

Ook kom ik weer de meest vriendelijke mensen tegen uit allerlei landen.

Tegen zes uur kom ik in L'Isle de Noe, een klein gehucht in de bergen. Volgens mijn routeboek is hier een camping. Maar nergens een bord met een verwijzing naar een camping, het plaatsje lijkt wel uitgestorven.


 
Ontmoeting met een Engel.

Net als ik ergens op een deur wil kloppen, een deurbel zie ik niet, staat er een kleine vrouw van begin vijftig naast me. Meer het type van een dorpsgek. Maar wat schetst mijn verbazing, zij beantwoordt mijn vraag in perfect Engels. Vooroordelen. Ze wijst mij de weg, straat uit links af, heuvel over, dan zie je een oud slot en daarachter is de camping. Als ik daar op de fiets aan kom zie ik een dozijn Fransen aan het werk. Een paar zijn met een podium bezig 2 anderen sjouwen met lampen. Een paar anderen zijn met een bier tap bezig. Op mijn vraag waar de camping is, hoor ik dat deze niet open is. Er komt hier een festival. O, zeg ik, dat is dan een probleem. Oui, Oui, hoor ik. In de buurt zijn helemaal geen verdere voorzieningen, weet ik. Na nog wat heen en weer gepraat, staat ineens dat vrouwtje weer naast me. Zij stelt me gerust en weet schijnbaar een oplossing. Samen gaan we terug naar het dorpje. Zowaar staan we voor een huis met een grote St. Jakobsschelp boven de deur. De deur staat op een kier, ga maar naar binnen zegt ze, met fiets en al vraag ik nog, ja hoor dat kan. Sta ik ineens in een enorme ruimte, een zithoek, een groot bankstel en een nog grotere open haard.

Een man begroet me en zegt ga maar zitten. Maar kan de fiets dan zomaar in de woonkamer, vraag ik. Ook dat is geen probleem. Ik krijg wat te drinken van hem. Hij vertelt me dat dit een Bed & Breakfast is, hij is ook een gast. De eigenaresse komt straks.

Het kost hier € 20,- incl. een Engels ontbijt. Hij loopt met me mee naar boven en wijst me de weg voor de douche en het toilet. Even later maak ik kennis met Edna Moody, de eigenaresse. Mijn huis is jouw huis, zegt ze. Ik vertel hoe ik hier terecht ben gekomen. De volgende ochtend bij het Engels ontbijt staat er ook pruimenjam op tafel, de laatste boterham eet ik met die pruimenjam. Heerlijk, of er een engeltje over je tong plast. Edna vertelt dat die pruimenjam door het vrouwtje aan de overkant is gemaakt. Als ik vertrek krijg ik nog 3 stevige zoenen van Edna. Nog onder de indruk rij ik na 5 minuten subiet verkeerd. Boven opeen berg merk ik dat pas.

Met elke dag klimmen, vliegen de kilo's er af bij mij.

 

De route gaat vaak over kleine eenzame weggetjes, zonder een richting aanwijzing. Je moet dan bij een kruispunt goed kijken waar je heen gaat.

Steeds kom ik pelgrims tegen uit allerlei landen vaak maken we dan een praatje over de route. Heerlijk relax rij ik elke dag verder, alleen even Sms'en met het thuisfront.

Geen TV, politiek, telefoon, krant, crisis of andere zorgen. Je leeft op de fiets buiten de maatschappij. Alleen de zorg voor je dagelijke kost en een plek voor m'n tent.

Met de kippen op stok en met het eerste ochtend gloren er weer op uit.

Na Lectoure zijn veel dorpjes ontvolkt, de horeca zit dicht gespijkerd en bij de lege huizen vliegen de zwaluwen in en uit de kapotte ramen.

 

Engelse aflegger.

Op de dertiende fietsdag wil ik naar een camping bij een klein dorp. De wegen in de buurt zijn smal en steil, de dorpelingen wijzen mij een weggetje. Als ik al een tijd moet klimmen en dalen op het slechte wegdek kom ik eindelijk bij een flinke boerderij. Zo'n 12 enorme grote honden gaan als gekken te keer. 10 honden zitten in een grote ren, maar twee komen luid blaffen op me af. Ik stap af en let op of ze hun bovenlip omhoog doen, want dan kan het wel eens spannend worden. Ik spreek ze toe en dat helpt. De fiets, de tassen en ik zelf worden intensief besnuffelt. Van uit de boerderij komt geen leven, ook niet als ik hard roepend rond het huis loop, onder het geblaf van de 10 honden die vast zitten. Hier is beslist geen camping, constateer ik. Ik ga terug via klimmen en dalen, naar het dorp. Blijkt dat ik bij een splitsing de andere weg had moeten nemen. Weer terug naar die splitsing, na 2 kilometer kom ik bij een groot huis met een even groot zwembad.

Als ik door een open deur naar binnen ga, sta ik in een onvervalste Britse pub. Een Engels echtpaar runt hier de boel. Ik nog geen erg dat het een welness centrum is.

Hier lijkt het me wel wat en ik vraag een biertje, want door dat heen en weer fietsen heb ik een ontzettende dorst. Als ik me inschrijf, vraag ik, voordat ik m'n handtekening zet, hoeveel het kost. Zonder blikken of blozen zegt de man € 24,-.

 

 Een klein tentje met fiets, 1 persoon en geen electra, zeg ik nog. Ja € 24 ,- herhaalt hij. Hoeveel kost dit biertje, vraag ik, € 4,- zegt de man. Ik geef hem € 4,- en loop naar de deur. Ik draai me om en zeg in het Nederlands, dat hij naast de Engelse ziekte nog meer mankeert en weg ben ik. Meestal betaal ik in Frankrijk hooguit € 8,- voor een nacht op een camping.

 

 

Thuis heb ik beloofd om niet in het wild te kamperen, maar de verleiding is nu wel groot. Inmiddels is het half zeven, in Rockamadour is nog een camping. Maar dat is nog zeker ruim een uur fietsen. Zo rij ik verder en kijk of ik ook zomaar m'n tent ergens neer kan zetten, bij een boer of zo. Dan zie ik een bord bij een zijweg, natuurcamping, het weggetje gaat omhoog en ja hoor boven is een natuurcamping. Spaanse toerfietsers, die er al staan, begroeten mij wild enthousiast. Ze vinden het geweldig dat ik al helemaal uit Santiago kom. Morgen willen ze met me gaan fietsen. Maar ik zeg dat ik richting Holland ga en vroeg weg ben. Hier kost de camping

€ 4,50.

'

s Nachts is de sterrenhemel een grandioos gezicht. De volgende morgen als ik vertrek liggen de Spanjaarden nog op één oor.

Rockamadour is geweldig mooi, vooral in de vroege morgen, dan zijn er weinig toeristen. De ene klim na de andere, tot 2 keer toe 5kilometer klimmen. Het voordeel is dat meestal een afdaling volgt. Na Brive moet ik over Ussac, hier rij ik weer eens verkeerd. Na 23 kilometer pak ik de route weer op, 12 en soms 15% klimmen, het gaat wennen. Dan rij ik kilometers lang naar beneden, zo Uzerche binnen. Aan het water vind ik een mooie camping, veel kano's liggen hier. Voordat ik in m'n tent kruip maak ik nog een mooie wandeling.

S 'Ochends gelijk al een flinke klim, Alle rivieren en beken liggen natuurlijk in een dal en er zijn veel riviertjes, dus steeds weer uit het dal omhoog.

De mensen zijn allemaal even vriendelijk, vermoedelijk omdat ik als pelgrim duidelijk herkenbaar ben. In winkels krijg ik meestal een hand en soms een omhelzing. Op terrasjes wordt ik vaak aangesproken door mensen. De fiets wordt goed bekeken en het St.Jacobs vlaggetje onderzocht.

Als ik een camping oprij wordt mij regelmatig bier aangeboden of word ik uitgenodigd voor een wijntje. Ik laat het allemaal maar over me heen komen.

Voor Nevers is een bijzonder aquaduct en daarna kan ik over het jaagpad van 10 kilometer even lekker tempo draaien.

Over Vezelay heb ik veel gehoord, vol verwachting rij ik naar de stad die hoog op een berg ligt. Ondanks het sombere weer van vandaag barst het van de toeristen, ook de kathedraal valt me tegen. De stad is vergeven van de benzine dampen. Hier ben ik dan ook gauw weg.

Later die dag rij ik voor Auxerne tientallen kilometers over een mooi jaagpad. Lekker vlak, dus zit het tempo er goed in mede door de motregen die nu uit de lucht valt.

Na Troye, een grote stad waar ik heel goed doorheen kom, rij ik tussen de wijnvelden. De druiven van de Chabiswijn staan links en rechts van de weg. De dorpen zien er hier zeer welvarend uit.

In Arcis ga ik naar de camping, de ontvangst is geweldig. Inschrijven mag ik, maar betalen mag ik niet. De eigenaar heet Ton Hermans en is een verre neef van De Toon.

Pelgrims zijn bij mij te gast en die hoeven niet te betalen. Op het terrasje krijg ik weer bier zoveel ik wil, doe die portemonnee nu eens weg, wordt door Ton gezegd.

In de plaats ga ik weer uitgebreid eten in een prima restaurant.

Als ik de volgende morgen de tent heb ingepakt, begint het te regenen. Tot even voor twaalven regent het. Het is niet koud, in Chalon eet ik tussen de middag zelfs weer op een terras. De voedselvoorraad moet ik ook weer aanvullen.

Nog enkele pelgrims kom ik tegen, het wordt nu duidelijk wat minder.

Op de camping in Varennes zet ik m'n tentje weer neer, kost niks , zelfs bier toe.

In noord Frankrijk is het lastig om 's ochtends een kop koffie te krijgen en een tweede ontbijt, daarom neem ik wat vaker langs de weg een picknick. Zo rij ik België in, ook hier weinig gelegenheid voor koffie. Bij de Abdij van Orval zitten de terrassen vol, het is Maria hemelvaart, dus een zondag. Het is erg druk overal, aan twee kanten van de weg staan auto's. Iets verder in een bos ga ik lekker smikkelen uit mijn voorraad.

De Franse Ardennen zitten ook vol met kuitenbijters. Toch kom ik nog in Bastogne terecht. Het zoeken naar de camping kost veel moeite, zeker 12 kilometer omgereden.

Het is met 151 kilometer net nog de langste etappe.

Zo kom ik nog een man uit Antwerpen tegen die al 6 keer in Santiago is geweest, ook een keer over de route de la Plata. Onder het genot van een kop koffie hebben we lekker zitten kletsen, een prachtige kerel.

In Polleur is het de laatste keer dat ik mijn tentje opzet,. De volgende dag is het nog 65 kilometer naar Maastricht, het einde van de route. Hier neem ik de trein naar Utrecht, vandaar verder met de fiets naar Woerden. Bij mijn jongste dochter is een ontvangst commitee. Ik ben blij weer iedereen te zien. Mijn kleindochter wil met die wild uitziende man wel op de foto.

Daarna fiets ik samen met mijn vrouw naar huis. Wordt ik waarachtig vlak bij huis nog bijna van de weg gereden in een 30 kilometer gebied. Ik ben weer in Holland.

Het was een geweldige mooie tocht met vele ontmoetingen, hier kan ik weer lang op teren. Dat het zwaar was dat wist ik van te voren. Totaal aantal kilometers 2595.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Fietsen is Vrijheid    vanosoft@hccnet.nl