Route de la Plata
Proloog
Traditie getrouw fietsen Jaap, Frits, Willem en ik, met elkaar, elk jaar een leuke tocht.
Santiago de Compostela leek ons wel wat. Maar 2004 is een heilig jaar omdat 25 juli, de naamdag van St.Jacob, op een zondag valt. Dan kost het dus moeite om met name in Spanje op de Camino Frances onderdak te krijgen voor 4 man.
De Zilverroute is meestal minder druk, dus was de keus voor ons niet meer zo moeilijk.
Nu moet nog met het thuisfront gepraat worden, omdat we uit en thuis toch wel drie weken weg zijn.
De vertrekdatum is 28 mei op vrijdag en we vliegen met Transavia. Fietsdozen krijgen we van rijwielhandel de Wit en ook zijn bestelwagen mogen we lenen voor het vervoer van de fietsen naar Schiphol. Een fietsvriend is bereid gevonden als chauffeur voor de bestelwagen, deze bestelwagen moet natuurlijk weer terug.
Op Schiphol is het een heel gedoe om met die grote fietsdozen door de deuren te komen en door het altijd aanwezige vele volk wat daar rondloopt. We hebben veel bekijks. De bagage wordt vrij vlot ingenomen, de fietsen zijn bijzondere bagage en gaan op een blauwe kar.
Voor de ticket van de fietsen moeten we nog extra €40,- betalen aan een apart loket. Als we voor de “gate” wachten zien we de fietsdozen op de lopende band liggen. Door het glas wijzen we de laders op de fietshelmen van onze handbagage, ze snappen dat de fietsen van ons zijn. Via gebaren beduiden we, dat ze voorzichtig moeten zijn. Ze doen het, want de fietsen komen goed aan in Sevilla. We hebben een voorspoedige vlucht, alhoewel er boven Parijs een ander passagiersvliegtuig tot mijn verbazing vlak onder ons langs vloog.
In de hal van het vliegveld in Sevilla maken we de fietsen rijklaar om naar de stad te fietsen. Als we weg rijden is er nog weinig volk aanwezig. Buiten staan een heel stel oudere Spanjaarden met verbazing naar ons te kijken. Jaap en ik hebben ook grote rood,wit,blauwe vlaggen aan een glasfiberstok achterop de fiets en we zijn natuurlijk behangen met schelpen, het symbool van de ware Santiago-pelgrim. Bovendien heb ik een hoorn op de fiets en laat deze te pas en te onpas luid klinken.
Zo gaat de stoet dan op pad, drie kilometer via een vluchtstrook van een rustige autoweg. Over een uitvoegstrook en via een rotonde komen we op normale wegen die een stuk drukker zijn en richting het centrum gaan. De Spanjaarden in hun auto's vinden de stoet prachtig en een dreun op mijn toeter verhoogt de pret.
Bij een van de vele stoplichten spreekt een Spaanse automobilist Willem aan en hij denkt dat we Fransen zijn. Als hij hoort dat we Hollanders zijn, zijn hij en z'n passagiers dol enthousiast, als ze dan ook nog van Willem horen dat we naar Santiago gaan, gaan ze uit hun dak.
Om 21.00 uur komen we bij hotel Murillo aan midden in de autovrije Joodse wijk. Jaap heeft daar twee kamers via het internet gereserveerd.
Na een verfrissende douche gaan we in de stad een biertje drinken en eten wat op een van de vele pleintjes, het is 31 graden en om 23.30 uur is het overal nog erg druk met etende mensen op de vele terrassen. Om 24.00 uur gaan we naar bed en we slapen heerlijk.
Zaterdag 29mei
Na het ontbijt beginnen we met een rustdag om de stad te bekijken. Eerst natuurlijk naar de Giralda kathedraal, indrukwekkend en groot. Na het bekijken van de kathedraal, drinken we op een terras (in de schaduw) een kop koffie, heerlijk! We horen uit een zijstraat kerkmuziek, wat is dat? Na een tijdje komt er een kleine processie om de hoek. We zien 4 paar jonge benen onder een rode doek schuifelen die over een plank is gedrapeerd, met daar bovenop een kruis met een lint. Een andere leidt het geval, omdat de vier er onder niks kunnen zien. Een zesde knul draagt een cassetterecorder met de kerkmuziek en gaat gelijk de terrassen af om geld op te halen. Het lijkt een bedelprocessie.
Tussen de middag eten we geweldig lekker op een terras.
's Middags gaan we de tuinen van het paleis bezichtigen. Mijn reisgenoten moeten €5,- per man betalen, ik laat m'n paspoort zien, omdat ik boven de 65 jaar ben en mag er gratis in. Het ziet er allemaal prachtig uit en het is erg uitgestrekt zo midden in het centrum. We maken dan ook de nodige foto's.
's Avonds voor het eten komt er nog een processie van kinderen door de Joodse wijk, maar nu groter inclusief een muziekkorps, ook hier wordt er langs de terrassen met etende mensen geld opgehaald.
We liggen op tijd op bed want morgen gaan we van start.
Zondag 30 mei
Na een goede nachtrust worden de fietsen met tassen behangen en gaan we na het ontbijt op pad. Het is op deze zondagmorgen nog stil in de stad, langs de arena komen we bij de rivier Guadalquivir, die moeten we volgen tot buiten de stad.
Langs de brede boulevard is het oppassen voor de glasscherven die hier en daar liggen. Ook liggen langs de rivier mensen hun roes uit te slapen. Zigeuners en andere vreemde vogels zitten of liggen hier.
Na 30 kilometer moeten we meer klimmen en weinig dalen.
Op tijd komen we in El Real de la Plata en gaan gelijk naar het pension waar volgens andere pelgrims ene signora Molina de scepter zwaait. Volgens dezelfde informatie een vriendelijk dame.
Als we aankloppen, een bel is er niet, doet er een jonge vrouw open, die, zo te zien haar oma er bij roept. Na wat heen en weer gepraat kunnen we een kamer krijgen voor € 20,-, wel moeten de bedden nog worden opgemaakt. Het is een kale kamer met twee stapelbedden voor vier personen met twee plastic pispotten onder het bed, meer hebben we ook niet nodig.
Om in onze kamer te komen moeten we vanuit een grote hal door een andere slaapkamer lopen, hier slaapt een jong echtpaar uit Nederland.
De WC en douche zijn weer via de grote hal en een andere ruimte met een aantal deuren te bereiken. Achter de deuren slapen ook weer mensen uit diverse landen.
Het duurt even voordat we allemaal hebben gedoucht, een Portugees was ons even voor. Dan gaan we naar buiten om te kijken of we een biertje kunnen pakken en een restaurantje om wat te eten.
Een biertje pakken lukt wel, maar om iets te eten worden we van hot naar her gestuurd in de nog steeds warme zon.
Uiteindelijk komen we weer in het café uit waar ze hamburgers e.d. hebben.
We slapen die nacht uitstekend.
Maandag 31 mei
In de kamer is helaas geen stopcontact om met ons boilertje een kop koffie te maken. We eten onze schamele voorraad eten op, veel is het niet.
Als ik wil afrekenen is het Nederlandse stel, met een andere vrouw dan gisteravond, in discussie over de prijs van de kamer. Voor hen was €10,- afgesproken en nu moeten ze €20,- betalen. Wij zouden nu ineens €40,- moeten betalen, inplaats van €20,-.
Ik kijk om de hoek naar buiten of de jongens de fietsen al buiten hebben staan, haal €20,- uit mijn zak en geef dat zonder commentaar aan de uitbaatster en zeg adios. Wij weg.
Iets verder in de straat is een bakker, maar veel heeft hij nog niet te koop voor ons.
Om 08.15 uur is er ook geen café open voor een kop koffie of wat dan ook.
Nog voor we het plaatsje uit zijn moeten we flink klimmen 10-11%, na een uur zijn we pas 7 kilometer verder. Dan gaan we naar beneden over een zeer slechte weg met kuilen, gaten en gravel.

Zo komen we in Hosta de Santa Maria. Het enige winkeltje bestormen we voor eten en drinken. Op een uitgestorven pleintje van het dorp gaan we op een bankje, half in de schaduw ons karig ontbijt aanvullen. Fietsen is tenslotte ook eten. Inmiddels is de temperatuur flink opgelopen, maar de stemming zit er goed in. We gaan verder omhoog met mooie vergezichten.
In Fuente de la Cantos is de bediening zeer vriendelijk bij onze lunch.
Het is even zoeken om de route weer op te pikken, maar een vriendelijke Spanjaard rijdt met zijn auto voor ons uit en brengt ons weer op de route. Buiten het stadje stopt hij en krijgen we een zak snoep van hem.
In Zafra gaan we naar hostal Las Palmeras op de schitterende Plaza Grande hartje stad, maar erg rustig en stil. Voor € 32,- per kamer.
Zafra is een leuke plaats met een mooi Santiagobeeld in de kerk.
Omdat het heet is en het vele klimwerk deze twee dagen, stappen we over op plan B van ons reisschema.
Dinsdag 01 juni
We rijden om 08.30 uur Zafra uit, het is even zoeken voordat we de juiste weg hebben gevonden. Het gaat crescendo, vals plat naar beneden.
In Almendralejo drinken we de heerlijke Spaanse koffie. Het is altijd even zoeken om in een grotere plaats weer op de route te komen, maar ook hier rijdt een vriendelijke Spanjaard met zijn auto voor ons uit om ons op het juiste pad te brengen.
In Merida zijn we al om 13.30 uur voor de lunch, terwijl we hier volgens plan B moeten overnachten. We besluiten om door te rijden en toch weer over te gaan naar plan A.
We rijden langs veel olijfbomen en Spaanse champagne wijnvelden.
Om ongeveer 17.00 uur komen we aan in Guarena. Bij het begin van het dorp zien we een heel groot bord over het hoofd met daarop, Hotel El Coto 100 meter. Wij gaan rechtsaf het plaatsje in. Nergens onderdak natuurlijk tot iemand ons met de auto naar het hotel begeleid langs het grote bord.
Tot laat in de avond blijft het snikheet, maar door alle vermoeienissen slapen we uitstekend.
Woensdag 02 juni
Zoals gebruikelijk hebben we op de kamer zelf ons ontbijt klaargemaakt. Al vroeg zitten we op de fiets en gaan als een speer. Het landschap is nu vlak maar prachtig met vijgenboomgaarden en grote rijstvelden, daarna enorme tomatenvelden inclusief een tomatenketchup fabriek.
Rond 10.30 uur zijn we al in Miajadas voor de koffie, we zijn dan al over de helft van onze geplande dagtocht.
De tweede helft van de tocht moeten we weer klimmen over een slechte weg in een dor landschap. Enkele hellingen zijn tot 14%, zweten dus en afzien.
In Trujillo drinken we in een verkeerde hostal een te duur biertje, wegwezen!
We klimmen naar het centrum en komen op de Place de Major.
Een prachtig plein met historische gebouwen en een beeld van Francisco Pizarro te paard. Hier vinden we een prima hostal met 1 ster en erg vriendelijke mensen.
Met Jaap ga ik nog even naar een fietsenmaker i.v.m. problemen van z‘n derailleur.
Om 20.30 uur gaan we naar de mis, je bent tenslotte toch pelgrim.
Daarna eten we buiten op het plein, het is dan nog steeds warm.
Donderdag 03 juni
Na een stevig ontbijt zitten we om 07.30 uur op de fiets. De eerste 40 kilometer is de weg nog prima. In Torrejon el Rudio (750 inwoners) drinken we koffie en slaan nieuwe eet en drink voorraden op. Verder op de route zijn geen voorzieningen meer, wel een erg slechte weg en veel hitte. Het landschap is ruig, gelijk in een wildwestfilm.
Bij de poort van de Taag worden de nodige foto’s gemaakt. Veel gieren hebben hier hun nesten en vliegen met hun grote vleugels boven ons. Er schijnen hier drie soorten gieren te nestelen.
Om even na 14.00 uur rijden we de Plaza de Major op van Placencia, met veel volk op de terrassen. We hebben hier de nodige bekijks. We zoeken een plek op een terras en smullen van een groot glad bier. Dan stapt een dikke Spanjaard met een professionele fotocamera op ons af en vraagt of hij ons mag fotograferen. Het blijkt een persfotograaf te zijn van het dagblad HOY voor de Extramadura. Hij maakt een reportage over doortrekkende pelgrims. Ook gaan we met hem naar de kathedraal om daar ook foto’s te maken. Op onze vraag voor een redelijk hostal wijst hij ons de weg vlak bij de Place de Major. Hotel Rincon Extramadura in de Calle Vidrieras.
We zien ook nog het jonge Nederlandse echtpaar terug, dat we aan het begin van onze tocht ontmoet hebben. Ze zijn van Melina met de trein gekomen inclusief de fietsen vanwege de hitte en het klimmen. Ze vinden het zelf laf, wij ook, maar zeggen het maar niet.
Na de douche gaan we even plat, maar na een half uur ben ik weer op de wereld en neem contact op met thuis.
Vrijdag 04 juni
Zoals meestal het geval is heb ik weer heerlijk geslapen. Kan ook haast niet anders als je elke dag in de felle zon en tegen de bergen op moet zwoegen.
Na het ontbijt zitten we om 07.30 uur op de fiets. Voor we de stad uit gaan kopen we bij een kiosk 5 kranten (1 reserve) en ja hoor, we staan zelfs op de voorpagina in kleur, in onze mooie WTC outfit. Binnenin staat een flink artikel over pelgrims met foto’s. We vinden het prachtig.
Na 25 kilometer komen we langs een Romeinse nederzetting, de Romeinen zelf zijn weg maar een grote triomfboog staat er nog in volle glorie. In het onbewoonde landschap staat ook nog een originele mijlpaal.
Boven op hoogspanningsmasten zien we allemaal ooievaarsnesten, zo ver het oog reikt.

In een klein dorp drinken we koffie, we worden gelijk herkend door de foto’s in de krant. De krant wordt er bij gehaald en we moeten een borrel van het huis drinken. In Spanje mag (en kan) je dit nooit weigeren, dat zou een belediging zijn. Zo zitten we al om 11.00 uur aan de borrel. Als dat maar goed gaat vandaag.
Na een kwartier fietsen rijdt Jaap de eerste en enige lekke band op deze tocht. We kunnen de band midden op de weg maken, verkeer is er niet.
Even na half twee zijn we blij dat we weer in een dorp komen, want we zijn hard toe aan een lunch. We strijken neer op een klein terras om wat te eten. Onmiddellijk worden we weer herkend door de Spanjaarden. De krant wordt er bij gehaald en er worden de nodige foto’s genomen.
Na deze stop moeten we gelijk flink klimmen en na de lunch valt het niet mee.
In Bejar overnachten we in hostal La Otra Casa, een prima adres. Inmiddels merken we dat het met 32 graden minder heet is hier in de bergen. 
Zaterdag 05 juni
Als we de volgende ochtend Bejar uitrijden zitten we op de verkeerde weg. Niet erg druk, maar de auto’s rijden hier erg hard. Doordat we moeten klimmen gaan wij erg langzaam.
Als ik aan een aantal wegwerkers de weg vraag, blijkt dat we 1 kilometer terug moeten om de juiste weg op te pakken. Omdat de anderen door zijn gereden reageren ze niet op mijn roepen.
Na een uur fietsen wordt het wat drukker en zie ik dat een automobilist bijna Frits en Willem aanrijdt, hij kan nog maar net naar links sturen om een ongeluk te voorkomen. Ik schrik me rot en wil zo snel mogelijk de weg af. Vermoedelijk keek de bestuurder van de auto via z’n achteruitkijkspiegel naar mij en maakte doordoor een stuurfout.
Frits en Willem stoppen op mijn geroep, maar Jaap rijdt in de verte door, zo zit er niets anders op dan door te fietsen tot we eindelijk links af kunnen.
Langs een oude woonwagen met wat guur volk en twee keffende honden rijden we nu op een rustige weg. Bij een klein dorpje halen we een stempel in een leuke refugié.
De klim naar de Pico de la Duena (1150 meter) valt mee ondanks de warmte.
Over een smalle kaarsrechte weg rijden we door een ruig, maar mooi landschap. De Romeinse legioenen hebben via deze weg het Iberisch schiereiland veroverd.
Zo’n 25 kilometer voor Salamanca rijden we 5 looppelgrims achterop. Over en weer wordt natuurlijk een Buen Camino toegewenst.
Salamanca zien we al van ver liggen. Over de brug van de rivier rijden we naar het centrum van de stad. Na een vergeefse poging voor onderdak, komen we terecht bij pension Lisboa. De fietsen kunnen met veel moeite beneden in de gang. Na ons te hebben opgefrist gaan we het centrum verkennen, we houden hier morgen een rustdag.
Er zijn veel promenades waar druk geflaneerd word op deze Zaterdagmiddag. Maar ook straten met alleen maar terrassen, zo ver het oog reikt.
Natuurlijk drinken we een heerlijk pilsje en eten geweldig bij een Chinees restaurant.
Tot midden in de nacht wordt er buiten op de terrassen nog volop gegeten.
In bed horen we om 04.30 uur nog herrie van de terrassen. Ook de bedden zijn niet zo goed, maar we zitten midden in het centrum en hebben niks te klagen.
Zondag 06 juni
Het ontbijt eten we om de hoek in een broodjeszaak met orange juice en een paar lekkere verse broodjes.
De stad kent maar liefst twee kathedralen vlak bij elkaar, die gaan we bezichtigen natuurlijk. Hier halen we ook weer een stempel.
We genieten van de stad op deze rustdag en pakken menig terrasje. Als we om 13.30 uur op een terras eten zien we de Franse en Italiaanse looppelgrims van gisteren en maken een praatje voor zover de taal dat toelaat.
Na het eten houden we een siësta en slapen anderhalf uur achterelkaar.
Na de siësta zie ik nog een twee Hollandse fietsers, die in Sevilla zijn gestart en via Astorga en de Camino Frances naar Nederland terug fietsen.
Voor het eten gaan we nog naar de bruine kroeg “Amsterdam” met overal Nederlandse opschriften e.d. behalve de voertaal, die is Spaans.
In Salamanca wordt het beste Spaans gesproken, je ziet dan ook in de binnenstad zeer veel taalinstituten.
Maandag 07 juni
Vannacht heeft het zowaar flink geregend zelfs met onweer, het was gisteren ook erg benauwd.
We fietsen heel gemakkelijk de stad uit en kunnen flink doorrijden in een glooiend landschap. In een onooglijk dorpje drinken we koffie. De lunch nemen we in Zamora, waar we eigenlijk hadden willen overnachten, maar we besluiten om door te rijden. Omdat er op de route de eerste 90 kilometer niets is, nemen we de A 630. In Montamarta (300 inwoners) moet iets zijn om te overnachten.
Om 14.30 uur zijn we vlak voor het dorp bij een café (El Asturiano met nette kamers met WC en douche op de gang € 12,- per persoon. We gaan na de douche gelijk de was doen, met de zon en een aanwakkerende wind is alles zo droog.
Buiten het café laten we ons met een colatje heerlijk uitwaaien.
Ook vannacht schijnt het flink te hebben geonweerd, ik heb niets gemerkt.

Verse slang voor de lunch.
Dinsdag 08 juni
Met 20 graden vertrekken we om 07.30 uur. In de loop[ van de ochtend gaar de temperatuur al weer omhoog tot boven de 30 graden.
In het begin rijden we door een kaal landschap, later steeds meer landbouw. De dorpen zijn armoedig, de mensen zien er verweerd uit en hebben voor de zon doeken om hun hoofd en daar bovenop een strooien hoed. Ze groeten ons allemaal even vriendelijk toe.
Aan het einde van de ochtend buigt de route naar het westen.
In Camarzana de Terras eten we. Het eten wordt in een record tempo opgediend. De leeggegeten borden vliegen van tafel en tijdens het hoofdgerecht wordt al gevraagd wat we als (postre) toetje willen. Het toetje staat net voor je neus, “Wilt u koffie”, vraagt de man en loopt gelijk weer naar een andere tafel. We zijn te verbouwereerd om te reageren, dus geen koffie dit keer.
Willem vindt het ongelooflijk en kan het nauwelijks verwerken.
Volgevreten stappen we op.
We willen in Monbuey overnachten. Als we daar arriveren is de eerste hostal vol, een vriendelijke vrouw verwijst ons naar een andere hostal iets verderop.
Willem en ik gaan naar binnen om te vragen of er plaats is. De ontvangst is wat vreemd eerst een man die weer een andere man aanwijst, die op zijn beurt er een vrouw bijhaalt. Dit alles duurt een tijdje. Dan worden we gesommeerd mee te lopen, er zijn kamers met WC op de gang en kost € 40,- per kamer. Op de vraag waar wij onze fietsen kunnen stallen, wordt de vrouw boos en zegt voor deze flauwekul geen tijd te hebben. Of maar willen vertrekken zegt ze nog. Buiten overleggen we wat te doen. Ik stel voor om het dorp in te rijden om te kijken of er nog iets is.
Na hier en daar informeren vang ik bot. Net als ik de pogingen wil opgeven zijn er twee oudere dames die naar een klein huisje wijzen.(meer een schuur) Het blijkt een refugio te zijn met één stapelbed en vijf oude vuile matrassen op de stenen vloer. Een vreemd figuur loopt hier rond en zegt dat we met vier man kunnen overnachten. Hij verteld er nog wel bij dat er twee looppelgrims komen, net genoeg slaapruimte dus.
Ik ga terug naar de anderen die aan een heerlijke koude cola zitten, hier heb ik ook zin in, maar doe eerst verslag van de stand van zaken.
Met z’n vieren gaan we naar de refugio, deze wordt met gemengde gevoelens bekeken, het is erg primitief. We kijken elkaar aan, Jaap wil blijven, maar als we horen dat het toilet verstopt is en de douche niet goed werkt, haak ik af.
Ik stel voor om door te rijden naar de volgende plaats 28 kilometer verder, wel met de wind tegen. De meerderheid is het hier mee eens. Aan het einde van de dag is dit nog een pittig tochtje.
Onderweg zien we bij Frits een slag in z’n achterwiel, een gebroken spaak is de oorzaak.
Gelijk aan het begin van Puebla de Sanabria staat een groot hotel en ja hoor er is plaats zat.
We worden vriendelijk ontvangen, een tweepersoons kamer kost € 31,-
Woensdag 09 juni
Voordat we gaan probeer ik nog de gebroken spaak van Frits z’n fiets te vervangen, maar zijn noodspaak zit nog in de verpakking en is niet op maat gemaakt. Mijn noodspaak is wel op maat voor mijn eigen fiets maar te kort voor de fiets van Frits, door de hogere velg. De oude gebroken spaak haal ik er wel uit en haal wat spanning van de andere spaken af.
Na vertrek moeten we gelijk flink klimmen om in Galicië te komen.
In A Gudina is een fietsenmaker annex een zaak voor motormaaiers, maar we zij te vroeg, de zaak is nog dicht. Na een kwartier komt er iemand. Het kost wat moeite om een goede spaak te vinden maar de man krijgt het voor elkaar. Na een uur kunnen we verder.
We zitten in Galicië, dus berg op berg af.
Na 75 kilometer komen we bij een hostal vlakbij Vendas da Berreira. Eerst twee pilsjes en dan worden de vermoeienissen met de douche weggespoeld. Na het eten zitten we nog even op het terras, het is dan wat afgekoeld.
Donderdag 10 juni
Om 08.15 uur zitten we op de fiets, we willen vandaag ook vroeg stoppen. Na een kleine klim volgt er een lange afdaling naar Verin toe. De plaats is niet zo bijzonder. Na Verin is er een 5 kilometer lange klim, met de weg stijgt ook de temperatuur. De uitzichten zijn grandioos.
In Sandias halen we een stempel in onze “Credentials” bij het gemeentehuis.
Als we Allarizs inrijden zien we een kleine kermis staan en een grote feesttent.
Bij Spanjaarden duurt een feest meestal een aantal dagen tot zelfs een week. We zien ook aankondigingen voor stierenvechten en vanavond is er een “Boy”. We weten nog niet wat dit is, maar vanavond zullen we er duidelijk achter komen wat dit is.
De lunch is weer een menu del dia, het smaakt voortreffelijk incl. 2 flessen wijn. Bij het afrekenen betalen we voor dit alles € 36,- , voor ons vieren. Iets verderop vinden we hostal “Alarico” € 36,- per kamer in een rustige straat.
We houden een siësta en slapen twee uur. Rond vijf uur gaan we de stad verkennen. De kerk kunnen we niet bezichtigen, er is een begrafenisdienst aan de gang. Elders (en om de kerk) maak men zich gereed voor de “Boi”. Na wat navraag blijkt dat er dan stieren door de nauwe straatjes van het stadje worden gejaagd.
Iedereen loopt zenuwachtig rond met een halsdoek om. Het is een drukte van jewelste.
In de nauwe straatjes staat het vol met mensen, hoe kunnen die stieren nou hier door heen rennen, vragen wij ons af.
We horen een hevige knal van vuurwerk, ten teken dat de stieren op de mensen worden losgelaten. Iedereen is bloed nerveus. En ja hoor, de massa komt in beweging. Wij staan op een klein pleintje tussen de Spanjaarden. De camera in de aanslag, we willen niks missen.
Ik kijk achter me voor twee vluchtwegen, een smal straatje en via een hoge stoep een apotheek. Daar komt de eerste stier om de hoek het pleintje oprennen. Mensen er voor en er achter, algehele paniek. Ik ren via de hoge stoep de apotheek in en probeer nog gauw een foto te maken. Jaap kiest het smalle straatje, maar daar gaat die stier ook in. Hij ziet een open raam van een huis in aanbouw en springt over het muurtje, maar achter dat muurtje ligt allerlei rotzooi. Resultaat, een flinke snijwond op zijn scheenbeen een wat schaafwonden. Inmiddels komt de meute met de stier weer terug en rent een ander straatje in. Wij zoeken dekking in de apotheek en proberen foto’s te maken. Jaap wordt in de apotheek liefderijk opgevangen door een Spaanse schone die zijn been schoonmaakt en een tijdelijk verband aanlegt.
Na dit avontuur gaan we eerst eten, daarna gaan we naar het “Centrum Medico” om een dokter te laten kijken naar de wonden van Jaap. Geen van de twee aanwezige artsen en een verpleegkundige spreken Frans of Engels. Maar wat het been van Jaap betreft hoeven weinig uit te leggen. Er hoeven geen krammen in, wel komt er een indrukwekkend verband omheen. We hopen dat hij voor de laatste dagen van onze tocht niet te veel last zal hebben.
In het hotel moeten we uitgebreid verslag doen als ze al dat verband om Jaap z’n been zien. De eigenaar lacht zich rot en schut zijn hoofd, de vrouw toont veel medeleven met onze pelgrim.
Vrijdag 11 juni
Als we vertrekken komt de vrouw van de apotheek langs en informeert naar Jaap zijn been. We rijden via de N 525 naar Ourense. Met een flinke klim en een enorme afdaling rijden we door de erg drukke stad. Na Ourense komen we door het middeleeuwse dorp Cea. Hier bel ik het klooster in Oseira voor onderdak, een zo te horen oude kloosterling zegt dat het goed is.
Met wat meer klimmen dan dalen komen we bij het enorme klooster. Hier worden we zeer vriendelijk ontvangen. Via allerlei gangen en enorme trappen komen we bij ons onderkomen (nr.19) met twee moderne grote slaapkamers en voor ons vieren een gezamenlijke badkamer. Via een klein balkon hebben we een prachtig uitzicht over de Galiese bergen met kabbelende beekjes, wat een rust.
Na de douche gaan we net even buiten het complex gauw een biertje pakken. Voor zeven uur moeten we binnen zijn anders kom je er niet meer in. In dit grote complex wonen 13 monniken, samen met nog drie andere gasten doen we mee aan de kerkdienst in de kloosterkerk. Na de gebeden en de gregoriaanse gezangen van de monniken is er tussendoor absolute stilte. Ook aan het eind van deze ceremonie is er 20 minuten stilte die door het klokgelui onderbroken wordt. Wij vieren en de andere gasten gaan naar de eetzaal, de monniken eten ergens anders. Het eten smaakt uitstekend met water en wijn en fruit toe.
Voor de kerkdienst heeft een monnik ons een deel van het complex laten zien, dit in een geweldig looptempo. Ons verblijf inclusief het diner en het ontbijt kost € 12,- per persoon.
Zaterdag 12 juni
De monnik die ons ontbijt verzorgt heeft er al een kerkdienst opzitten, terwijl wij toch vroeg zijn. Als we om 07.45 uur wegrijden worden we nog door deze monnik gewaarschuwd dat het in het begin flink omhoog gaat. We rijden met 11 graden in de dikke mist, de klim is 6 kilometer. Het weggetje is totaal verlaten, alleen komt er een jeep van de Gardia Civiel langszij om ons aan te moedigen.
Volgens de route beschrijving moeten we bij een zendmast rechts aanhouden, maar met deze dikke mist zien we absoluut geen zendmast zelfs een zijweg is haast niet goed te zien. Met de afdaling rijden we de zon tegemoet die voor verblinding zorgt, maar we komen veilig beneden. Achter ons zien we de bergen de wolken in steken.
In de loop van de ochtend stijgt de temperatuur naar de 30 graden.
Via een paar grote wegen rijden we Santiago binnen. Met onze rood, wit en blauwe vlaggen trekken we veel bekijks als we het plein voor de kathedraal op rijden. In een mum van tijd zijn we omringt door Nederlanders. Hier worden de nodige foto’s gemaakt en halen we onze “Compostelaat”.
Nadat we zijn opgeknapt gaan we de stad in, het is gezellig druk als gewoonlijk.
Het eten smaakt weer goed en ook de wijn gaat er weer goed in, we genieten er van.
De vliegtuigen zitten de komende twee dagen vol, zodat we Dinsdagochtend pas vroeg weg kunnen. Zondag naar de pelgrimsmis, zes grote monniken zwaaien het grote wierookvat door de kerk, een heel spektakel.
Zo kunnen we terug zien op een geslaagde tocht.
