Fietsen is Vrijheid
Stille weggetjes door mooie natuurgebieden
Russische tank bij Ravensbruck

 

Fietstocht via Noord. Duitsland naar Polen en weer terug.

 

Op zondag 1 augustus 2010 vertrek ik met een windje in de rug naar Utrecht, een echte proloog. Daar op de trein naar Assen, wat een lange en vermoeiende 2 uur durende treinrit is. In Assen dan echt op de fiets met het kompas naar het oosten. Een mooie rit over de heide velden, daarna langs enorme aardappelvelden. Maar ik zit dan al in zuid Groningen. In Sellingen rij ik weer langs de bossen.

Hier ben ik van plan om m'n tentje neer te zetten, maar het is pas half drie. Om 3 uur zit ik nog op een terras en heb besloten om verder te gaan de grens over. Hier heb ik een ontmoeting met een vrouw die te voet op weg is naar Santiago. Een enorme rugzak torst ze mee inclusief een kampeeruitrusting, totaal 15 kilo.

In Duitsland passeer ik het proef traject van de machnetische trein.

Na 50 kilometer vind ik een rustige camping, even voor Vrees. Nadat ik gegeten heb komt er nog een Nederlands jong stel, zij fietsen naar Kopenhagen. De volgende morgen is het zwaar bewolkt, maar ik heb de wind in de rug. In Cloppenburg tijdens mijn 2e ontbijt regent het. Hier volg ik de Geestroute, af en toe wel om, maar erg mooi. In Wildeshausen uitgebreid eten. Via bospaden gaat het verder. Zo zie ik een ligfietser naderen, op zich niet bijzonder, maar hier is meer aan de hand.

We stoppen allebei, en wisselen gegevens uit. Hij heet Martin Bruns en zit op een ligfiets van drie en een halve meter lang, inclusief aanhanger. Op de fiets zonnepanelen, computer, GPS en allerlei technische snufjes. Martin is via Noorwegen,Zweden naar Finland geweest en nu bijna weer thuis.

Van elkaar hebben we foto's gemaakt en verder gaat het gesprek natuurlijk over fietsen. De rest van de dag verloopt vlot, af en toe een regenjack aandoen, maar de regen zet niet door. S'Avonds kom ik weer een Duitse santiago ganger tegen, samen drinken we een pilsje en wisselen onze ervaringen uit. De volgende ochtend zit ik al snel aan de Weser, wind in de rug. Bij Wisselhovede rij ik weer door de bossen en ontmoet 2 ligfietsers met veel bepakking. Vandaag de langste etappe 157 km..

Woensdag 26 graden. In de ochtend rij ik door een landbouwgebied. Twee herten zoeken door het graan een goed heenkomen.Door de gunstige omstandigheden (wind in de rug) lig ik ruim een dag voor op het schema. Naarmate ik naar het oosten rij worden de mensen vriendelijker.Ook in het verkeer is het veiliger dan in Nederland wanneer er geen rijwielpaden zijn. Als ik een bakker zie vraag ik naar belegde broodjes om mee te nemen, elke keer maken ze die voor me, geweldig. Op de camping in Dorn wordt een prieeltje ontruimt om m'n fiets in te zetten. De campingbaas komt mij een tuintafel met stoel brengen, comfortabeler als mijn eigen campingstoeltje.

S'Ochtends zit ik gelijk op de Elberadweg. Bij Hilzakker een slecht stuk door het bos met steenslag. Na mijn 2e ontbijt is de Elberadweg beter. Op deze populaire fietsroute kom ik veel fietsers tegen.

Als ik de Elberadweg verlaat zit ik gelijk in Oost Duitsland. In de dorpen heeft de weg kinderkopjes een heel gedoe om er doorheen te komen. Alles rammelt, de bagage, de fiets, maar ook je lijf. Daarna 35 kilometer over betonplaten van anderhalve meter, keboem, keboem, het houdt niet op.

Dan eindelijk is er de camping, er staat zowaar een Nederlander met een tent en auto, hij zegt hier elk jaar te komen voor de rust.

Een echtpaar is op de fiets van Cuxhaven naar Maagdenburg, ze slapen in de trekkershut.

Na weer geweldig geslapen te hebben merk ik dat de wind naar het zuiden is gedraaid.

Het fietsen in de dorpen is nog steeds behelpen wat de weg aangaat. De dorpen zijn uitgestorven, de mensen zijn naar het westen vertrokken. Sommige huizen staan al niet meer te koop, maar zijn dicht getimmerd. De kleine industrie is vaak een puinhoop. Op de camping eet ikeen heerlijke salade met de gebruikelijke 2 grote glazen bier. Een Berlijns echtpaar is op weg naar Kopenhagen op de fiets.

Ze hebben veel belangstelling voor m'n fiets en mijn lichtgewicht kampeeruitrusting.

Ook onderweg is er vaak veel belangstelling voor mijn fiets. De afgelopen dagen merk ik dat op de fietsroutes veel stickers en Santiago pijlen staan. De wind is inmiddels verder naar het oosten gedraaid, op de weg door een landbouwgebied knap lastig, zeker als er ook geklommen moet worden. Eigenlijk zou ik terug moeten gaan met die oostenwind, maar ik wil nog door.

In de bossen is het dan ook prima fietsen uit de wind. Het is af en toe gewoon doorbikkelen met de wind tegen.

Zo rij ik de laatste 20 kilometer van de dodenmars naar Sachenhausen (vernietigingskamp) die hier plaatsvond in april 1945. Gedenktekens staan langs de weg. Degenen die niet meer verder konden (6000) werden door de SS ter plaatse vermoord. Even voorbij Sachenhausen liggen links en rechts van de weg veel massagraven, een afschuwelijke periode uit onze geschiedenis.

Op een terras of in een bakkerswinkel word ik altijd vriendelijk geholpen, een enkele keer merk ik toch de onverschillige DDR houding naar de klanten, vaak ouderen die door hun verleden niet beter weten. Voor de Poolse grens rij ik zowaar over een prima fietspad dwars door de bossen. Bij de Poolse grens lijkt het wel kermis, velen hebben hier hun kramen of winkeltjes volgestouwd met allerhande waren. Veel Duitsers doen hier hun inkopen. Direct na de grens rij ik over rustige wegen door een mooi landschap. Ook de wegen zijn hier prima, alleen geen meter fietspad. De afstanden lijken ook groter tussen de diverse plaatsen, waar overigens niets te beleven valt. Ook weinig terrassen. Aan de huizen hangen overal schotels. De plaatsen hebben voor mij onuitspreekbare namen. Voor de plaats Mysliborz moet ik over een stuk drukke weg. De spiegel aan mijn stuur is weer goud waard, je ziet tenminste wat er achter je gebeurt. Het verkeer houdt goed rekening met deze fietser. Meestal halen de auto's en vrachtwagens mij op de andere weghelft in. Komt er een tegenligger dan houdt men in of stopt bijna. Hier kunnen de Nederlandse automobilisten wat van leren. Later als ik met andere fietsers hierover praat, hoor ik dat zowel in Duitsland en Polen een regel is dat auto's minimaal anderhalve meter ruimte moeten houden bij het inhalen van een fietser.

De sancties als er wat gebeurt zijn niet mals. Daar tegenover staat dat een fietser minimaal 1 meter afstand moet houden bij het passeren van een geparkeerde auto. Dit zou ook in Nederland een prima verkeersregel zijn.

Twee herten vliegen vlak voor me de weg over, bijna aangereden door een auto,

het gaat gelukkig net goed. Op een kleine camping staan twee tenten en een caravan, er loopt vrij veel volk rond. Ik vertrouw het niet helemaal en duik een hotel in. s'Avond regent het, de volgende ochtend is het bewolkt maar droog. Er is een noorden wind en die richting ga ik op, in combinatie met steeds weer vals plat behoorlijk vermoeiend. De binnenwegen zijn prima om te fietsen. Alleen door de aanleg van een nog niet ingebruik genomen autoweg, lopen enkele binnen wegen dood op de autoweg. Regelmatig moet ik omrijden. Maar het is een mooi natuurgebied waar ik door rij. Achter me is de lucht zwart en ik overweeg weer een hotel te nemen. Het wordt een camping. Die nacht giet het, maar doordat ik op zandgrond sta heb ik geen last. Als het even voor zes uur s'ochtends droog is, kleed ik me aan en breek zo snel mogelijk op. Al snel zit ik op de goede weg, door een natuurgebied. Na een half uur fietsen springt er een ree voor m'n fiets langs. Even verderop blijft hij staan en kijken we elkaar aan, gauw maak ik een foto. Over kleine wegen gaat het verder. Nadat ik de grens met oost Duitsland ben gepasseerd fiets ik al weer snel over de kasseien.

Doordat er een aantal kilometers geen fietsgoot aan de kant zit moet ik door het gras. Met een bepakte fiets met zes tassen haast niet te doen, dus moet ik lopen.

Eindelijk ben ik in Warnitz een mooie camping aan het water. Ook hier zijn de mensen even vriendelijk. De binnen wegen zijn hier weer even slecht, kasseien afgewisseld met gravel en zand wegen, waar je soms een wasbord effect hebt, ook niet lekker. Door al dat gedoe rij ik ook nog verkeert, maar gelukkig wel in de goede richting, volgens mijn kompas is het zelfs beter.

Midden in een natuurgebied kom ik op een mooie rustige camping. Na alles weer ingericht te hebben maak ik nog een boswandeling.

De volgende ochtend ben ik weer vroeg weg. Het is broeierig weer. Na dit natuurgebied moet ik over een wat drukkere weg. In Seehausen eet ik wat uitgebreid. De uitbater heeft het niet druk, hij vertelt dat er twaalf jaar geleden hier nog 5500 mensen woonden, nu nog maar 3000. Dus niet alleen de dorpen ontvolken hier, maar ook de kleine steden. Na deze stop weer over bospaden, erg mooi. Zo kom ik langs Hunnegraven van 2500 jaar oud. Op een landweg passeer ik een bord dat de oude grens met de DDR aangeeft. De rit blijf prachtig via de Lunerburgerradweg kampeer ik ten noorden van Celle aan een meer. Even later komt nog een fietser, een man uit Stuttgart hij is op weg naar de Oostzee, daar zit familie van hem. Hij fiets daarna via Polen en Tchechie weer naar huis. Een interessante man, maar moeilijk te verstaan. De volgende ochtend wordt ik wakker van de regen, ik kleed me zo goed als het kan in de kleine tent aan. Zo maak ik alles gereed om in de tassen te doen. Na het toiletteren is het even droog om alles op te pakken. Onder het afdak van het campingwinkeltje ontijt ik mijn 1e ontbijt. Gelijk met de Duitse fietser vertrek ik, alleen de andere kant op. Ondanks een wir war van wegen zit ik al snel op de geplande route. Mijn kompas is mijn grote hulp voor het vinden van de juiste richting. Ondertussen is het droog geworden en rij ik langs de Aller, ook een officiele fietsweg. De wind heb ik pal tegen.

Naast de volgende camping is een Gaststatte waar eerst twee heerlijke koele bieren zo mijn keel in glijen, heerlijk! Als ik mijn tent heb staan komt er nog een fietser aan, de man komt uit Kassel en is op weg naar Kopenhagen. Hij zit deze reis voor het eerst op een camping vertelt hij, meestal zet ik zomaar ergens m'n tent neer. Maar niet aan mijn vrouw vertellen hoor zegt hij. Hij is 70 jaar en kijkt met bewondering naar mijn uitrusting, zelf slaapt hij op een matje, niet prettig dus.

De reis gaat in de ochtend gelijk over kleine weggetjes. Een enkele keer over een grote weg, maar altijd met een rijwielpad. Trouwens naar mate ik steeds westelijker kom zijn de rijwielpaden ook beter. Deze ochtend eet ik drie keer een ontbijt, 1 simpele bij de tent en 2 keer in een conditorij.

In Lunne de laatste camping 75 kilometer van Enschede af. Het ligt aan een meertje, Veel campinggasten komen een praatje maken. Ze zien dat ik uit een klein pakketje, een volwaardige slaapzak tover, ze noemen me gelijk een goochelaar, ook om het magisch luchtbed dat door het hoofdkussen vol met lucht komt. Over stille weggetjes rij ik via Bentheim naar Glannerbrug waar ik wat eet. Zo zit ik al gauw in Enschede, hier pak ik de rein naar Utrecht. Het laatste stuk naar Woerden fiets ik weer. De kinderen en kleinkinderen zie ik in Harmelen bij m'n oudste dochter.

In dertien dagen totaal heb 1670 kilometer gefietst. Gemiddeld ruim 127 kilomer. De langste etappe was 157 kilometer, de kortse was de laatste dag 95 kilometer.




















 

 

 

 

 

 

 

















Fietsen is Vrijheid    vanosoft@hccnet.nl