Fietsen is Vrijheid
Weg door een dorp in de Oekraíne
Fietsroute in Hongarijë

Oost Europa

  •  

  • In 2006 heb ik samen met Frits, Jaap en Willem ook in Oost Europa gefietst.

    Op 04 augustus zijn naar Boedapest gevlogen, fietsen mee.

    Nadat we de fietsen rijklaar hebben gemaakt op het vliegveld rijden we naar de stad.

    Boedapest is een grote stad met veel verkeer, oppassen dus.

    Eindelijk zijn we bij ons hotel in de binnenstad, eigenlijk een soort jeugdherberg.

    Er is geen plek voor de fietsen, daarom nemen we de fietsen mee op de kamer. Het is een kleine kamer met voor ons vieren twee stapelbedden. Met de fietsen in de kamer kunnen we onze kont niet keren. De gemeenschappelijke toiletten zijn een ramp, ze zijn verstopt en stinken enorm.

    In de kleine kamer hebben we niet al te best geslapen. We ontbijten bij Mc.Donald. Al met al vertrekken we pas om 09.00 uur.

    In de stad zitten de wegen aan de zijkant vol kuilen en gaten, en aan de kanten moeten wij dus fietsen. Pas na 20 kilometer laten we de drukte van Boedapest achter ons. Buiten de stad worden de wegen beter en stiller. In een klein dorpje is een café waar een vriendelijke vrouw speciaal voor ons koffie zet voor ons. In het café wordt namelijk alleen bier geschonken en geen koffie. Overal zijn de mensen hier vriendelijk en behulpzaam.

    In Jaszabereny is een festival, alle kamers zijn vol. De dames van de plaatselijke VVV bellen de hele omgeving af en vinden 4 bedden in Jazzapati. We eten eerst wat voor we op pad gaan voor de 19 kilometer naar Jaszapati. Aangekomen in Jaszapati ontvangt een aardige vrouw ons in haar bescheiden woning. Haar dochter is achter het huis bezig met de slacht van 3 kippen. Er lopen ruim 50 kippen in de achtertuin, in een hok zit ook nog een groot varken. De mensen spreken alleen Hongaars, maar met handen en voeten begrijpen we elkaar.

    Na een douche gaan we het dorp in voor een biertje en om wat te eten. Als we terug lopen zien we een prachtige sterrenhemel, vooral omdat er hier weinig straatverlichting is.

    Ook is het buiten doodstil, we slapen voortreffelijk.

    De volgende dag kopen we ons ontbijt in een winkeltje in het dorp. We fietsen door diverse dorpjes en gaan via een pontje de rivier de Tisza over. We rijden zo over de Puszta verder en moeten uitkijken voor de kuilen en gaten in de weg. De wegen zijn eindeloos lang en eenzaam. We willen vandaag Hortoleagy bereiken.

    Het kost daar wat moeite om onderdak te krijgen maar het lukt. Bij een particulier kunnen we in een huisje achter het huis slapen. Bij het eten in het dorp speelt een zigeuner orkestje, heel gezellig. We krijgen zelfs een serenade van ”Tulpen uit Amsterdam”.

    De volgende dag komen we langs een oorlogs monument, compleet met een Russische tank. Via een veldweg gaan we dieper de Puszta in. We zien groepen ezels en geiten.

    Het laatste stuk van de veldweg is een grote modderpoel.

    Elke dag rijden we wel eens langs een drukke weg, ook de 471 is er zo één. We besluiten een omweg te nemen via een stille route, dat gaat zelfs fantastisch over een prima wegdek. In Nyirbator regent het die nacht, maar tijdens het ontbijt komt het zonnetje er door.

    Bij de grens van Roemenië worden de paspoorten heel goed bekeken, gelijk is de sfeer anders. In de plaats Carry is het net of we in een tijdmachine terecht zijn gekomen, 50 jaar terug. We stoppen voor koffie op een binnenplaats, maar de fietsen gaan mee tot de tafeltjes. Het is één en al armoe om je heen, veel mensen zien er haveloos uit. De Dasia auto’s zijn vaak rijp voor de sloop. De ober is zo bereidwillig om aan Jaap (onze penningmeester) de waarde van de plaatselijke geldeenheid uit te leggen.

    In Satu Mare eten we op het plein in het centrum. Geen toeristische plaats maar toch veel bedelende kinderen. De videocamera hou ik angstvallig maar in de tas.

    Het eten is nauwelijks op of de sfeer wordt onaangenaam.

    Frits wordt aan de praat gehouden door een op het oog nette man. Twee kinderen klampen Willem aan. Onder tussen zit een ander aan z’n fiets te rommelen. Ik laat merken dat we hier niet van gediend zijn, dat werkt. Iemand van het hotel loods de kinderen weg. Frits wordt dan nog steeds aan de praat gehouden door die man.

    Als we na het afrekenen weg willen fietsen, stoppen er twee auto’s en komen er een dozijn zigeunervrouwen in lange gebloemde jurken uit. Wij weg!

    Bij stoplichten houdt een jonge moeder op blote voeten in de modder met een kindje op haar arm, haar hand op. Het rode licht heeft in mijn ogen nooit zolang op rood gestaan.

    Allemaal zijn we blij als we weer via een andere  Langs de weg staan overal mensen te wachten om voor werk opgepikt te worden.

    Via een binnenweg (20km.) rijden we richting Hongarije. Weer een bemande wachttoren en veel militairen met wapens. Het doet weer vreemd aan. Ook hier veel bureaucratie, na alles te hebben afgehandeld willen we wegrijden, maar iemand sommeert dat we moeten wachten.

    Na een kwartier wachten mogen we gaan, puur machtsmisbruik.

    In Hongarije rijden we na de plaats Barabas op een stille weg over de hei. We passeren een paar schaapskudden en stoppen om van het vredige landschap te genieten. In Kirvarda vinden we een hotelletje , de fietsen gaan twee trappen mee omhoog.

    De volgende ochtend rijden we al gauw op een rustig landweg. Omdat een pontje over de rivier niet meer vaart moeten we omrijden voor een brug. Via een paar kleine dorpjes komen we over een pad bij de grens van Slovakije, geen grenswacht, niets. We fietsen al snel in het eerste dorp. Voor een grotere plaats wordt onze aandacht gewekt door een bijzonder huis, bewoond door een nog bijzonder iemand. Het huis is namelijk helemaal behangen met wieldoppen, velgen, klokken, plastic vogels, en andere troep. Ook de tuin en het hek zijn behangen met van alles en nog wat. De bewoner komt naar buiten, een zeer exentrieke man met één tand in de mond. Ook haalt hij een bijzondere fiets naar buiten, de pedalen zijn kleine fietsjes, verder te veel om op te noemen. (zie foto)

    Het uitstapje naar Slowakije was alleen al door de ontmoeting met deze man dubbel en dwars de moeite waard. Na het eten zijn we allemaal wat loom door de warmte, dit is de eerste hete dag.

    In Sotoral (H) is het hotel vol maar er naast vinden we onderdak bij een particulier, een zeer voortvarende dame en behulpzaam. Op het terras van het hotel drinken we een paar heerlijke koele pilsjes, samen met onze tandeloze gastheer.

    Een Hongaars ontbijt bestaat uit thee met erg veel honing en 5 (vijf) gebakken eieren per persoon. Willem vindt het wel erg veel van het goede. Maar als de mensen een leger kippen achter het huis hebben moeten ze die eieren toch wel kwijt.

    Lichte motregen, we vertrekken daarom met de regenjacks aan. Als we om half elf in een dorps kroeg koffie drink, laat de plaatselijk bevolking het bier al rijkelijk vloeien. Even buiten het dorp wordt 2 e hands kleding verkocht uit Nederland en Duitsland. En wij maar denken dat deze kleding in Roemenië wordt uitgedeeld. De verkopers rijden in een peperdure auto.

    Een aantal kilometers verderop worden we door wegwerkerd toegejuicht en scanderen ze zelfs Holland, onze vlaggen op de fiets worden dus herkend.

    We rijden door de wijnvelden en naderen Tokay. Het kost wat moeite om weer onderdak te krijgen. Maar zoals altijd vinden we weer bedden, zelfs een prima adres, een grote villa.  We laten ons s‘middags nog rond leiden door een wijnberg, na de rondleiding gaan we wijnproeven. In het centrum eten we heerlijk op een terras.

    De volgende dag ontbijten we buiten op de waranda in de zon.  Onderweg maken we de verkeerde keuze door ten zuiden van de stad Miskole te fietsen.

    Bij een riviertje moeten we zeker 20 omrijden, over een onverharde en slechte weg.

    Die avond vinden we onderdak bij een enigszins chaotische dame.

    sNachts regent het. Om 08.00 uur ontbijt, weer met 5 gebakken eieren.

    Vandaag moeten we voor het eerst klimmen, eerst vals plat dat steeds valser wordt, we klimmen door een mooi en groot bos. Na de top kunnen we weer aan de koffie, daarna nog een kleine klim. Hierna is het tijdens een lange afdaling oppassen voor de kuilen en gaten in de weg. Nog voor Eger lunchen we. Als we Eger binnen rijden zien we rijen lelijke flats uit het communistisch verleden. Maar de oude stad is gezellig. Via een te duur hotel komen we in een appartement terecht voor 4 personen. In het centrum is live muziek en met een fles wijn bij het eten is het heel gezellig.

    De volgende ochtend komt de roomservice met het ontbijt. Deze dag rijden we door een landbouw gebied met een aantal klimmetjes. Langs de weg veel pruimenbomen, hier geld een regel dat je alleen afgevallen pruimen mag pakken. Het leven is hier voor ons goedkoop, een lunch kost omgerekend tussen de 3,50 en 6 euro per persoon.. Een bed kost zonder ontbijt 5 of 7 euro, soms met ontbijt. Voor de mensen hier is dit erg veel.

    Ondanks het lome weer rijden we in een strak tempo, een Hongaar op een ATB (zonder bagage) kleeft aan. In Jaszberry overnachten we bij een particulier. We worden ontvangen met een fles wijn, de man spreekt alleen maar Hongaars. Omdat we op de heenreis hier ook zijn doorgekomen worden we herkend door de serveerster van het restaurant waar we toen ook goed hebben gegeten.

    De laatste etappe moeten we wat kleine heuveltjes nemen. InMonor vinden we een hotel, vlakbij is een station, zodat we de volgende dag met de trein naar Boedapest kunnen om de stad te bekijken.

    Boedapest is een prachtige stad, om alles goed te bekijken nemen we een rondrit in een dubbeldeksbus. Het is een prima afsluiting van een geweldige tocht.

    Fietsen is Vrijheid    vanosoft@hccnet.nl